Veiligheid bij Brabantse bedrijven
In ons dichtbevolkte Nederland zijn veel zogenaamd x91majeurex92 risicobedrijven gevestigd. De activiteiten van dit type bedrijven zijn dermate risicovol dat een goede beheersing van bedrijfsprocessen noodzaak is. Uit ervaringen in bijvoorbeeld Enschede en Moerdijk weten we inmiddels wat het effect kan zijn als er ongelukken gebeuren met dit soort bedrijven. Goede beheersing betekent ook goede handhaving. En daar zijn overheden voor verantwoordelijk. Hoe is het daarmee in Brabant gesteld?
In Nederland gaat het om 450 bedrijven die behoren tot de BRZO-plichtige bedrijven en de niet- BRZO-plichtige grote chemiebedrijven (VT Chemie bedrijven). Toen op 14 juli van dit jaar het NOS-journaal berichtte dat bij 12 van dit soort risicovolle bedrijven, verspreid over het land, het veiligheidsbeleid tekort schiet, heb ik vragen gesteld aan het college van GS over de risicox92s bij 3 bedrijven die in Noord-Brabant zijn gevestigd. Na de brand bij Chemie Pack (ook een BRZO-bedrijf) zijn gemeenten en provincies natuurlijk extra waakzaam. Toch wilde ik graag weten of onze gemeenten en vooral de provincie de risicox92s goed beheersen.
Het NOS-journaal berichtte naar aanleiding van een onderzoek dat staatssecretaris Atsma van Infrastructuur en Milieu heeft laten uitvoeren naar aanleiding van de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk. Het ging in Noord-Brabant om 3 bedrijven: Enthone in Den Bosch, Loodet in Breda en Lydia van Werken Beheer in Tilburg. In het algemeen wordt geconstateerd dat de bedrijven de risicox92s onvoldoende in beeld hebben, onvoldoende kritisch naar hun werkwijze kijken en risicox92s onvoldoende beheersen. Het onderzoek maakt ook melding van het feit dat gemeenten en provincies in dit soort bedrijven de bestaande regels niet altijd strikt handhaven. Dat leek me best ernstig. En reden om daar, namens onze fractie, enkele vragen over te stellen.
Ik heb gevraagd welke van de 3 genoemde bedrijven valt onder het bevoegd gezag van de provincie Noord-Brabant. En, indien er bedrijven zijn die onder het bevoegd gezag van de provincie vallen, op welke wijze er bij deze bedrijven door de provincie wordt gehandhaafd. En of er sancties zijn opgelegd, en welke dan, als er problemen zijn geconstateerd. Ook heb ik gevraagd, indien er bedrijven zijn die niet onder het bevoegd gezag van de provincie (en dus onder het bevoegd gezag van gemeenten) vallen, welke middelen de provincie heeft om handhaving door het gemeentelijke bevoegd gezag af te dwingen. Tenslotte heb ik gevraagd of de provincie over een goed overzicht van dit soort risicobedrijven in Noord-Brabant beschikt.
Wat mij verbaasde is dat geen van de 3 bedrijven onder het bevoegd gezag van de provincie valt. Het gaat namelijk niet om de minste risicox92s. Maar de gemeenten zijn bevoegd gezag en dus verantwoordelijk voor de vergunningverlening en handhaving. De provincie heeft geen mogelijkheden om goede handhaving bij gemeenten af te dwingen. De VROM-inspectie van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu houdt zogenaamd tweedelijns toezicht dat tot doel heeft toezicht te houden op hoe bestuursorganen de regelgeving toepassen. De provincie heeft een goed overzicht van dit soort risicobedrijven via bijvoorbeeld het register dat daarover wordt bijgehouden http://bit.ly/rnteiS.
Uit de antwoorden van het college van GS werd mij duidelijk dat de rol van de provincie bij risicovolle bedrijven beperkt is. Zij is bevoegd gezag bij chemiereuzen waarvan er niet zoveel zijn. Gemeenten zijn doorgaans bevoegd gezag met een extra toezicht van de VROM-inspectie. Het is de vraag of dit, mede gelet op de ervaringen in het verleden, in de toekomst nog houdbaar is. Wellicht zullen de Regionale Uitvoerings Diensten (RUDx92s), die de komende jaren zullen worden opgericht, de noodzakelijke verbeteringen in met name de handhaving gaan aanbrengen.
